Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie
Bitmaps (raster- of pixel afbeeldingen) bestaan uit een grid van pixels en zijn resolutie afhankelijk. Hoe werken bitmaps en waarmee kun je ze bewerken?
Bitmap afbeeldingen (ook wel bekend als raster- of pixel afbeeldingen) bestaan uit een grid van pixels. Pixels zijn punten (bit) die een individuele kleur bevatten en als totaalbeeld de afbeelding op je beeldscherm vormen. De meeste computer beeldschermen geven ongeveer 70 tot 100 pixels per inch weer.
Alle gescande afbeeldingen zijn bitmaps, en alle foto's van digitale camera's zijn bitmaps.
De belangrijkste kenmerken en voorkeuren van bitmaps zijn:
Bitmap afbeeldingen zijn resolutie afhankelijk. De resolutie refereert naar het aantal pixels in een afbeelding en wordt meestal aangegeven als dpi (dots per inch) of ppi (pixels per inch).
Bitmap afbeeldingen worden op je beeldscherm met beeldscherm resolutie weergegeven; dat is ongeveer 100 dpi. Maar als je bitmaps gaat printen, dan heb je meer data nodig. Om een afbeelding goed weer te kunnen geven heeft een gemiddelde printer 150-300 ppi nodig. Heb je je ooit afgevraagd waarom een afbeelding, gescand op 300 dpi, zo groot op je beeldscherm verschijnt? Dat komt doordat de hoge scan resolutie omgezet wordt naar de lage beeldscherm resolutie.
Doordat bitmaps resolutie afhankelijk zijn kun je ze niet schalen zonder kwaliteit te verliezen. Wanneer je de afbeelding kleiner maakt worden er pixels verwijderd en verlies je details. Als je de afbeelding groter maakt moet de software nieuwe pixels creëren wat resulteert in een onscherpe afbeelding. De software schat de kleurwaarde in van de nieuwe pixels die moet ontstaan tussen de bestaande pixels en doet dit op basis van de omliggende pixels. Dit proces heet interpolatie.
Veel voorkomende bitmap bestandsformaten zijn:
Veel voorkomende programma's om bitmaps te verwerken zijn: